Belgian National Registry
 
 NL | FR 
Home | Contact     | www.belgium.be

Internationale context

Kyotoprotocol
Emissiehandel
Handelsplatformen

Het Registersysteem

Doel en functies
Procedures
Registers voor broeikasgassen Overgang naar het EU register

Het Belgisch register

Toegang
Toewijzingsplan (NAP)
De rekeningen in het register
Juridisch kader
Technisch kader
eID

Rapporten

Meer info

Veelgestelde vragen (FAQ)
Links
Downloads

Nieuws

Onderhoud register

GEBRUIKERSHANDLEIDING

(Andere talen: FR - EN - DE)

Emissiehandel

Emissiehandel tussen landen

Voor een aantal landen zal de kost om hun broeikasgasuitstoot te verlagen hoger zijn dan voor andere. Zij hebben de mogelijkheid om bijkomende uitstootrechten te verwerven door te investeren in buitenlandse reductieprojecten of door eenvoudigweg de uitstootrechten aan te kopen.

Anderzijds kan een land dat door een doordacht intern beleid en door efficiënte maatregelen een grotere emissiereductie realiseert, dit overschot verkopen aan andere landen die zelf meer denken te zullen uitstoten dan wat het Protocol hen toestaat.

Dit systeem van emissiehandel (handel in uitstootrechten) zorgt ervoor dat de inspanningen op een economisch efficiënte manier worden verdeeld. Het gemeenschappelijke resultaat (de reductiedoelstelling) is hetzelfde, maar de totale kosten zijn lager.

Emissiehandel tussen bedrijven

De Europese Gemeenschap– die de officiële inwerkingtreding van dit Protocol (op 16 februari 2005) niet heeft afgewacht – voerde reeds vanaf 1 januari 2005 een systeem in dat een gelijkaardige emissiehandel, maar dan tussen bedrijven, organiseert. Europa heeft daartoe in 2003 de Richtlijn Emissiehandel aangenomen, als onderdeel van het Europese Programma inzake Klimaatverandering. De betrokken industriële sectoren houden zich bezig met energieactiviteiten, productie en verwerking van ferrometalen, delfstoffenindustrie of papier- en pulpvervaardiging.

De overheid verleent aan de betrokken industriële installaties jaarlijks een bepaalde hoeveelheid uitstootrechten voor broeikasgassen volgens het Nationaal toewijzingsplan. De exploitanten van deze installaties moeten jaarlijks evenwel evenveel rechten inleveren als ze werkelijk uitgestoten hebben en dit op straffe van een niet-opschortende boete per ton CO2-equivalent.

Om aan voldoende rechten te komen, hebben de exploitanten dus de keuze tussen:

Ondernemingen die erin slagen om hun uitstoot op een goedkope manier terug te dringen zullen er in slagen om een overschot aan uitstootrechten op te bouwen. Deze kunnen ze verkopen aan ondernemingen die hun uitstoot enkel tegen hoge kosten kunnen terugschroeven. Het gemeenschappelijke resultaat is hetzelfde, maar de totale kosten zijn lager.

De uitstootrechten van de industriële installaties en de transacties met die rechten worden geregistreerd in het nationaal register van het land waar de installatie is gevestigd. Bedrijven mogen niet meer CO2 uitstoten dan de hoeveelheid rechten die ze bezitten. Elk jaar moeten ze door middel van een emissierapport aantonen dat ze onder hun limiet zijn gebleven.