Emissiehandel
Emissiehandel tussen landen
Voor een aantal landen zal de kost om hun broeikasgasuitstoot te verlagen hoger zijn dan voor andere. Zij hebben de mogelijkheid om bijkomende uitstootrechten te verwerven door te investeren in buitenlandse reductieprojecten of door eenvoudigweg de uitstootrechten aan te kopen.
Anderzijds kan een land dat door een doordacht intern beleid en door efficiënte maatregelen een grotere emissiereductie realiseert, dit overschot verkopen aan andere landen die zelf meer denken te zullen uitstoten dan wat het Protocol hen toestaat.
Dit systeem van emissiehandel (handel in uitstootrechten) zorgt ervoor dat de inspanningen op een economisch efficiënte manier worden verdeeld. Het gemeenschappelijke resultaat (de reductiedoelstelling) is hetzelfde, maar de totale kosten zijn lager.
Emissiehandel tussen bedrijven
De Europese Gemeenschap– die de officiële inwerkingtreding van dit Protocol (op 16 februari 2005) niet heeft afgewacht – voerde reeds vanaf 1 januari 2005 een systeem in dat een gelijkaardige emissiehandel, maar dan tussen bedrijven, organiseert. Europa heeft daartoe in 2003 de Richtlijn Emissiehandel aangenomen, als onderdeel van het Europese Programma inzake Klimaatverandering. De betrokken industriële sectoren houden zich bezig met energieactiviteiten, productie en verwerking van ferrometalen, delfstoffenindustrie of papier- en pulpvervaardiging.
De overheid verleent aan de betrokken industriële installaties jaarlijks een bepaalde hoeveelheid uitstootrechten voor broeikasgassen volgens het Nationaal toewijzingsplan. De exploitanten van deze installaties moeten jaarlijks evenwel evenveel rechten inleveren als ze werkelijk uitgestoten hebben en dit op straffe van een niet-opschortende boete per ton CO2-equivalent.
Om aan voldoende rechten te komen, hebben de exploitanten dus de keuze tussen:
- niet méér uit te stoten dan het aantal verleende uitstootrechten, bijvoorbeeld door te investeren in energiebesparing,
- uitstootrechten te verwerven.
De uitstootrechten van de industriële installaties en de transacties met die rechten worden geregistreerd in het nationaal register van het land waar de installatie is gevestigd. Bedrijven mogen niet meer CO2 uitstoten dan de hoeveelheid rechten die ze bezitten. Elk jaar moeten ze door middel van een emissierapport aantonen dat ze onder hun limiet zijn gebleven.