Nalevingscyclus

Alle industriële installaties en luchtvaartoperatoren die onder de EU-ETS vallen, moeten een goedgekeurd monitoringplan hebben. Overeenkomstig dit plan moeten zij hun emissies gedurende het jaar X monitoren en hierover rapporteren. Voor industriële installaties, maakt het monitoringplan deel uit van de verplichte broeikasgasvergunning. Deze vergunningen worden in België uitgereikt door de bevoegde autoriteiten (de gewesten).

De exploitanten moeten een onafhankelijke verificateur kiezen uit de lijst met verificateurs geaccrediteerd door de bevoegde autoriteiten. Elk jaar voor het einde van februari moeten de exploitanten van vaste installaties en luchtvaartexploitanten hun emissies voor het vorige jaar rapporteren en deze laten nakijken door hun verificateur. De geverifeerde emissies worden doorgegeven aan de bevoegde autoriteiten, die ze op haar beurt nakijkt. De bevoegde autoriteiten geven de lijst met geverifieerde emissies door aan de Belgische registeradministrateur die deze oplaadt in het register. Het resultaat wordt nogmaals gevalideerd door de bevoegde autoriteiten en de registeradministrateur zal deze ten slotte valideren in het register, ten laatste op 31 maart van het jaar X+1. Pas dan worden de emissies bindend voor de inlevering.

Ten laatste op 30 april van het jaar X+1 moeten de operatoren een hoeveelheid emissierechten inleveren om de emissies van het jaar X te compenseren. Indien deze inlevering niet tijdig nagekomen wordt, dienen de operatoren een enorme boete te betalen van € 100 per emissierecht dat niet ingeleverd werd. Deze boete ontslaat hen daarenboven niet van de verplichting om alsnog de ontbrekende emissierechten in te leveren.

Deze jaarlijkse procedure van monitoring, rapportering en verificatie (MRV), en alle processen die aan deze activiteiten gelinkt zijn, worden ook wel de 'nalevingscyclus' van de EU-ETS genoemd.

De nalevingscyclus